Ik ben opgegroeid in Berlijn, inmiddels woon en werk ik twintig jaar in Rotterdam. Ook heb ik gewerkt in onder meer Kaapstad, Hong Kong, Delhi en Ho Chi Minh City. En ik zie dat de groene metropool het qua leefbaarheid, aantrekkingskracht en vitaliteit wint van de Amerikaanse stad waarin je alles eenvoudig volbouwt. Een groene metropool heeft een dichte bebouwing op de knooppunten, maar is ook dooraderd met parken en water. En fijnmazig, bij wijze van spreken tot aan de voordeur.

Sommige steden hebben dat meer in de genen dan andere. Zo leeft Amsterdam al eeuwen in een symbiose met de grachten en het IJ. Ook een stad als Berlijn heeft in feite een historische ‘groene onderlegger’. Maar eigenlijk is het de opdracht voor alle steden om aan die groene onderlegger te werken en zo te zorgen voor de gezonde leefomgeving die mensen nodig hebben. Ook het planbureau voor de Leefomgeving benadrukt dat in zijn recente, uitstekende rapport "Grote opgaven in een beperkte ruimte”: We moeten in de ruimtelijke ordening “ontkokeren”, integrale oplossingen zoeken en daarbij de kracht van de landschappelijke onderlegger centraal stellen.

We zijn weleens geneigd om Nederland als gidsland te zien, ook op dit gebied. Maar ik merk in mijn werk dat steden in andere landen de laatste jaren grote stappen zetten. Voorbeelden zijn Parijs,  Bilbao en Bordeaux, die de auto’s radicaal uit hun binnenstad verbannen zodat er veel meer groene ruimtes ontstaan. Je kunt er met de auto nog wel komen, maar dan als gast. In Duitsland zijn er in coronatijd veel  pop-up fietspaden in de stad ontstaan, en die zie ik niet zo snel meer verdwijnen. In ons polderende Nederland zijn we (te) vaak geneigd om projecten te beperken en alleen het nodige te doen, maar zo komen we er niet. We kunnen veel leren van het buitenland.

Combinatie van doelen

Neem Kaapstad, waar ik met collega’s betrokken was bij een heel andere inpassing van een stuk snelweg. Het bleek mogelijk om auto’s minder ruimte te geven, maar tegelijkertijd knelpunten voor diezelfde auto’s op te lossen waardoor de capaciteit van de snelweg zou toenemen én de CO2-uitstoot zou dalen. Tegelijkertijd zou er ruimte ontstaan voor een prachtig nieuw waterfront voor de stad. Dat ging bovendien gepaard met een hoog percentage woningbouw in de sociale sector, meer toeristische verbindingen, voorrang voor fietsers en voetgangers en meer groene openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten. Jammer genoeg is dit project na de watercrisis in 2018 op ijs gelegd. Ik verwacht echter dat het plan, vanwege die potentie, in de toekomst toch werkelijkheid wordt.

De coronacrisis heeft ons met de neus op de feiten van die urgentie gedrukt. We zien nu dat iedereen aandacht krijgt voor de leefbaarheid rond de eigen woning. Natuurlijk ebt dat deels weer weg, maar het laat ontzettend goed zien hoe belangrijk het is om alles dichtbij te hebben wat nodig is om op een gezonde manier te leven, te ontspannen en te ontmoeten.

Maatschappelijke opgaven verbinden

We komen veel verder als we het lef hebben om het wat breder aan te pakken, om groter te denken om verschillende maatschappelijke opgaven met elkaar te verbinden. Zoals de verbinding tussen de behoefte aan meer groen, de mobiliteitstransitie, de urgente woningbouwopgave en de keiharde noodzaak van een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. Zodat mensen in de stad ook een plezierig ommetje kunnen maken en kinderen weer met de laarzen aan de slootkant kunnen spelen. We moeten in de stad de rode loper uitrollen voor de fietser en de voetganger!

Een goed voorbeeld is NS-station Nijmegen, qua reizigersaantallen het tiende NS-station van Nederland, maar klein en eenzijdig georiënteerd. De opgave was om het tweezijdig te maken, met een betere integratie van reizigersstromen, gekoppeld aan een opwaardering van de ruimtelijke kwaliteit. Wij hebben daarvoor het ruimtelijke raamwerk opgesteld en werken nu samen met de gemeente aan verschillende onderdelen van de transformatie. Het wordt een ingrijpende operatie, vanuit fundamentele keuzes, waarvoor de financiering onlangs zeker is gesteld. Het station met plein wordt een knooppunt in het hart van de stad, met twee mooie voorkanten en een ongelijkvloerse hoofd-fietsroute die geen last meer heeft van het autoverkeer. En met heel veel andere interessante ruimtelijke ontwikkelingen. 

“Fantastisch dat we nu snel verder kunnen om van het station en de omgeving een prachtige plek te maken.”
Wethouder Harriët Tiemens, gemeente Nijmegen

Ontwerp als inspirator

Ontwerp kan in zo’n proces een belangrijke inspirator zijn, omdat het de kansen kan verbeelden en daardoor bespreekbaar kan maken. Ontwerp kan mensen en partijen bij elkaar brengen die eerder het grotere geheel en de mooie kansen niet zagen, omdat ze allemaal naar hun eigen postzegel zaten te turen. We laten met onze visualisaties niet zien hoe het gaat worden, het is er juist op gericht om het proces op gang te brengen waarin je met elkaar ontdekt welke kant het op moet, en ook te laten zien hoe je de verbinding kunt maken tussen de verschillende domeinen.

Samen wandelen

Ik heb in de praktijk zo vaak gemerkt dat dat werkt: met elkaar interactieve werksessies houden, scenario’s en schetsen op tafel, en erover praten. Het is voor iedereen leuk en verrijkend om bezig te zijn met een gezamenlijk belang, vanuit een gedeeld eigenaarschap. Zo hebben we het ook gedaan in Meppel, waar een lelijk autoviaduct uit de jaren zestig een metamorfose tot een groene brug heeft ondergaan. We zijn daar begonnen met een wandeling door het gebied met alle betrokkenen, van de wethouder en de regiodirecteur van de NS tot en met bewonersverenigingen, ambtenaren en planners. Leerzaam en vruchtbaar, alleen al de kennismaking was waardevol. 

Laten we lef tonen

We komen er echt niet wanneer de traditionele stedenbouwkundige een plan maakt en voor eventuele problemen gemakshalve verwijst naar de verkeerskundige, of de ecoloog, of de ingenieur. Het vergt integraal denken en doen. En uw ambitie moet daarvoor natuurlijk ruimte bieden. Laten we ophouden met denken dat het allemaal niet kan, want als we een beetje meer durven, dan kan het vaak juist wèl. Als we agenda’s verbinden, over de grenzen van ieders eigen opgaves en plannen heen, dan kunnen we allemaal veel meer bereiken. Zullen we samen lef tonen?