De essentie was voor Rijkswaterstaat dat er op deze plek in de Maas te weinig water doorheen kon, het was in feite een van de belangrijkste flessenhalzen in de rivier. Voor het Waterschap bleken de dijken te laag, voor de gemeentes Venray en Horst was het probleem dat er een rem werd gezet op de economische en ruimtelijke ontwikkelingen. En het belang van de provincie was de aanpassing van de provinciale weg en de ontwikkeling van natuur. 
Royal HaskoningDHV, partner van het projectbureau Ooijen-Wanssum, formuleerde samen met de omgevingspartijen de ontwerpopgaven, vertaalde die in een ontwerp, verzorgde het milieueffectrapport en stelde het provinciaal inpassingsplan op.

Erik Walboomers, die zitting had in het projectbureau van de opdrachtgevers: ‘Aanvankelijk was de omgeving kritisch, begrijpelijk. Dat hebben we kunnen oplossen door het gebied als het ware van het slot te halen, waardoor er bijvoorbeeld ruimte ontstond voor bedrijven om uit te breiden. Door de aanleg van de provinciale rondweg verdween de overlast van vrachtverkeer. En door de aanleg van hoogwatergeulen en de reactivering van een oude Maasarm ontstond er meteen ruimte voor nieuwe natuur en voor recreatie. Royal HaskoningDHV heeft met zijn expertise een belangrijke bijdrage geleverd aan die integrale aanpak.’

Gert-Jan Meulepas van Royal HaskoningDHV: ‘Om tot een goede en robuuste oplossing te kunnen komen, moet je snappen hoe het systeem in elkaar zit, welke krachten er spelen. Dat is ook het idee achter Building with nature. Het mooie van het project Ooijen Wanssum, en de sleutel tot het succes, is dat dijkversterking uitgroeide tot gebiedsontwikkeling. Er speelden meer opgaven, er waren meer mensen en organisaties met een probleem. De gemeenten, het waterschap, de provincie en Rijkswaterstaat hadden elkaar nodig om hun doel te bereiken. Dat was de basis om er samen een succes van te maken. Er ontstond een positieve flow, die zorgde voor flexibiliteit en inventiviteit. De rivierverruiming schiep bijvoorbeeld ruimte voor recreatieve bedrijvigheid, zoals campings en vakantieparken. Dit soort uitdagingen speelt trouwens landelijk. We staan in Nederland voor enorme en complexe opgaven, de druk op de ruimte wordt steeds groter. Samenwerking en een integrale aanpak worden daarom steeds belangrijker.’

Erik Walboomers: ‘Het bijzondere aan het project is de integrale opzet, inclusief de samenwerking tussen alle overheidspartijen. Er is vanaf het begin een groot draagvlak geweest. En dat heeft binnen budget en binnen de planning tot een mooi resultaat geleid. Bij de overstromingen in juli was er wel even sprake van gezonde spanning, maar het ging goed. Hadden we dit niet gedaan, dan waren er zeer waarschijnlijk overstromingen geweest in Arcen en Venlo.’