Het idee was altijd al dat de cellulose, vooral afkomstig van wc-papier, kon worden hergebruikt voor diverse toepassingen zoals papier, isolatiemateriaal of plaatmateriaal. Maar er zit van alles in de organische reststoffen en het is behoorlijk lastig om compleet schone cellulosevezels te leveren. Dat proces kost natuurlijk ook geld, waardoor de marktkansen beperkt zijn. Daarom wordt het zeefgoed nu met het slib afgevoerd. 
Mathijs Oosterhuis van Royal HaskoningDHV: ‘Als je reststoffen niet verbrandt maar voor iets nuttigs gebruikt, dan ben je goed bezig. Je profiteert maximaal van de organische stof in het afvalwater.  Wij zijn met dit idee gekomen, we willen graag onderzoeken of we deze unieke technologie verder kunnen ontwikkelen, ook in combinatie met onze besturingssoftware voor optimalisering van de zuivering. Het alternatief, om strenge normen te halen, is een nageschakeld zandfilter waarin ijzer- en aluminiumchloride wordt toegepast. De productie daarvan heeft een aanzienlijke CO2-voetafdruk en het is met het oog op circulariteit altijd goed om het gebruik te beperken.’ 

Robert Kras van waterschap Aa en Maas: ‘We hebben veel knoppen waar we aan kunnen draaien om het zuiveringsproces te optimaliseren en we zoeken naar een combinatie waarbij we ook in de toekomst de vereiste effluentwaarden zo ver omlaag kunnen krijgen dat zeer grote investeringen minder of niet nodig zijn. En waarbij de emissie ook zeer laag is.’ 

Er zijn laboratoriumproeven gedaan en de techniek wordt nu eerst getest op de zuivering van Aa en Maas in Aarle-Rixtel. Vanaf november gaat dat ook gebeuren met zeefgoed van waterschap Vechtstromen op de zuivering in Ommen. Het lukt nu om 20 tot 30 procent van de organische stoffen om te zetten in vetzuren. idealiter zouden we moeten uitkomen op een omzetting van 40 procent. We hebben het concept doorgerekend en komen op een terugverdientijd van 7 jaar. Het is operationeel en qua investering goedkoper dan een nageschakeld zandfilter, maar het moet nog wel in de praktijk bewezen worden. De economische haalbaarheid hangt sterk af van de markt en van de toekomstige eisen aan stikstof en fosfaat in het effluent, en aan de CO2-reductie. Hoe strenger die eisen, hoe aantrekkelijker deze oplossing.

Robert Kras: ‘Tijdens de pilot moet blijken hoe ver we komen met de omzetting en in hoeverre we het zuiveringsproces kunnen verbeteren. Zeer strenge effluenteisen zul je er waarschijnlijk niet mee halen, waardoor je toch een nageschakeld zandfilter nodig hebt. Maar wij zien absoluut het belang van een nuttige toepassing van de cellulose en dit is een slim idee.’