Recycling versus afvalverbranding

Het Nederlandse en Europese beleid stelt dat het verbranden van afvalstoffen uitsluitend toelaatbaar is als recycling niet meer mogelijk is. In de circulaire economie en bij het streven naar een grote reductie van de uitstoot van broeikasgassen is recycling altijd beter dan verbranding. Als het ontwerp van producten en verpakkingen of gedrag van degene die het afval weggooien ervoor zorgt dat materialen niet meer te recyclen zijn, is het terugwinnen van energie de beste optie en heeft dit de voorkeur boven storten. De huidige praktijk is dat een aanzienlijk deel van het afval ergens in de keten ongeschikt wordt voor recycling. Voor dit afval is energieterugwinning in een AEC de meest gewenste oplossing.

 

Energieterugwinning 

Afvalenergiecentrales zijn op dit moment na houtkachels en biomassacentrales de belangrijkste bron van hernieuwbare warmte. In 2018 leverde AEC’s 20% van de warmte aan de grote warmtenetwerken voor de gebouwde omgeving. Door deze energiebenutting wordt elders de emissie van fossiele CO2 vermeden. 

AEC’s gaan een steeds belangrijker rol gaan spelen in de warmtevoorziening. Ook bij een gelijkblijvend afvalaanbod kan de warmteafzet nog verder groeien. Het rendement neemt toe. Dit maakt dat AEC’s een toenemende (netto) bijdrage leveren aan het terugdringen van CO2-emissie. Door CO2-afvang zal de komende jaren de fossiele CO2-uitstoot per ton verbrand afval met 53% dalen. Daardoor wordt het op termijn mogelijk om energie te produceren met een negatieve CO2-voetafdruk. 

Import - export

Om de CO2-uitstoot door AEC’s te reduceren, is er sinds 1 januari 2020 in Nederland een verbrandingsbelasting van toepassing op geïmporteerd brandbaar afval. Dat heeft ervoor gezorgd dat minder afval werd geïmporteerd, maar er werd niet minder afval verbrand in AEC’s. Door toegenomen scheiden van afval is het tonnage restafval weliswaar gedaald, maar het tonnage recyclingresiduen bijna evenveel gestegen. Hierdoor is het afval aanbod bij AEC’s veel minder gedaald dan zou kunnen worden verondersteld. De CO2-uitstoot van de AEC’s nam in 2020 licht toe. 

Naast importeren van brandbaar restafval, exporteert Nederland brandbaar afval, waaronder secundaire brandstoffen. De import en export van brandbaar afval ontliepen elkaar beperkt (in het laatste jaar waarvoor de im- en exportcijfers gerapporteerd zijn, 2016). Tegenover de geïmporteerde CO2-uitstoot stond daarom een bijna net zo grote geëxporteerde CO2-uitstoot. Verminderen van de import van brandbaar afval of sluiten van AEC-lijnen kan resulteren in een netto export van CO2-uitstoot, door het exporteren van secundaire brandstoffen en restafval.

Europa 

In Europa is op dit op dit moment onvoldoende capaciteit voor energieterugwinning uit afval. In de EU moet in de periode 2022 – 2035 41 Mton aan capaciteit bijgebouwd worden om te voorkomen dat niet-
recyclebaar brandbaar wordt gestort. De import van brandbaar afval dat in AEC’s wordt verbrand draagt tot na 2035 er aan bij dat in Europa minder brandbaar afval wordt gestort. Dit vermijdt emissies van het sterke broeikasgas methaan. Zelfs als het streven is dat EU-landen zelfvoorzienend worden in verbrandingscapaciteit zal de Nederlandse overcapaciteit voorkomen dat afval gestort wordt tot het moment dat overal regionaal voldoende capaciteit beschikbaar is.

Ons eindrapport is hier te vinden op de website van de Afvalvergroeners.