Royal HaskoningDHV heeft aan de hand van een literatuurstudie en interviews met netbeheerders en ontwikkelaars negen oplossingen in kaart gebracht die bij kunnen dragen aan het verminderen van de druk op het elektriciteitsnet bij zonne-energieprojecten. De oplossingen zijn:

  1. Curtailment: Dit is het aansluiten van een zonnestroominstallatie op een meer beperkter manier dan op het maximale vermogen van de zonnepanelen. 
  2. Oost-West opstelling stimuleren: Bij een oost-west opstelling is de opbrengst meer verspreid over de dag en is de piekopwek een stuk lager.
  3. Dynamisch terugleveren: Hierbij mogen producenten van zonne-energie hun opgewekte elektriciteit terugleveren aan het net, zolang het binnen de door de netbeheerder opgegeven spanningsbreedte blijft. 
  4. Aansluiten achter grootverbruiker: Als het zonnepark en de afnemer van elektriciteit direct gekoppeld kunnen worden, kan er gebruik worden gemaakt van een gecombineerde netaansluiting. Door gebruik van dezelfde transportcapaciteit voor zowel levering als teruglevering, wordt de aansluitcapaciteit efficiënter benut. 
  5. Batterij achter de meter: Door het realiseren van een batterijopslag voor het inkoopstation kan de opgewekte elektriciteit tijdelijk worden opgeslagen in het geval van piekproductie.
  6. Flexmarkt: Vraag en aanbod van elektriciteit worden via een aggregator op elkaar afgestemd, waardoor overbelasting van het net op piekmomenten kan worden voorkomen. Deze flexibiliteit ontstaat als energieverbruikers en - opwekkers hun vraag en aanbod in de tijd kunnen verschuiven. 
  7. GOPACS: Wanneer er een capaciteitstekort wordt verwacht, vragen netbeheerders via dit platform aan leveranciers van zonne-energie of zij kunnen schuiven in hun productie. Bij een zonne-installatie kan dit bijvoorbeeld door tijdelijk (een gedeelte van) het vermogen af te schakelen. Voor de niet geproduceerde elektriciteit ontvangt de eigenaar van de zonne-installatie een vergoeding.
  8. Cable-pooling: Hierbij worden meerdere installaties (meestal zon- en wind-) via een gemeenschappelijke kabel aangesloten op één netaansluiting. Met deze methode kunnen zon- en windparken gebruik maken van dezelfde infrastructuur. Doordat ze meestal niet gelijktijdig opwekken, wordt de aansluitcapaciteit efficiënter benut.
  9. Infra-pooling: Dit lijkt op cable-pooling, maar met het verschil dat er wordt aangesloten op het hoogspanningsnet, in plaats van het ‘drukkere’ middenspanningsnet. Hierdoor zijn ontwikkelaars niet afhankelijk van congestie aldaar.

    Voor het gehele rapport, ga naar Verbeteren netinpassing zonne-energieprojecten (rvo.nl)
 

Project facts

  • Klant
    Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
  • Locatie
    Utrecht, Nederland
  • Periode
    2020 - 2021
  • Uitdaging
    Toegenomen transportschaarste op het elektriciteitsnet, waardoor zonne-energieprojecten niet meer aangesloten kunnen worden op het net. 
  • Oplossing
    Negen oplossingen in kaart gebracht die bij kunnen dragen aan het verbeteren van de netinpassing van zonne-energie.