In 2016 is een eerste herafweging uitgevoerd. De herafweging 2022 volgde dezelfde aanpak, waarbij de huidige werkwijze en mogelijke alternatieven zijn onderzocht. De alternatieven zijn getoetst met behulp van de CE-methodiek waarbij wordt gekeken naar milieu, risico’s (voor mens en milieu) op korte en lange termijn en kosten. De CE methodiek is hiervoor het wettelijk voorgeschreven toetsingsinstrument.

De toetsing laat zien dat injectie van het water in het lege Schoonebeekse gasveld dat ruim onder het olieveld ligt, een goed alternatief is voor de huidige injectie in lege gasvelden in Twente, zoals ook bij de herafweging van 2016 was gebleken.

De belangrijkste nieuwe bevinding heeft betrekking op een alternatief waarbij het productiewater met behulp van membraantechnologie wordt gescheiden in een schone waterstroom en een brijnstroom. Het schone water kan worden geloosd of hergebruikt voor stoomproductie; de beperkte brijnstroom kan mogelijk in het oliereservoir zelf worden terug gebracht. Dit alternatief scoort vergelijkbaar met het waterinjectie-alternatief op het gebied van milieu en risico’s, maar is wel aanzienlijk duurder. Verder is gebleken dat de bruikbaarheid van de transportleiding naar Twente en de injectieputten de afgelopen jaren beperkt is geworden.

Het onderzoek bevestigt dat injectie van het meegekomen water in het Schoonebeekse gasveld (al dan niet met een zuiveringsstap) momenteel de best beschikbare techniek is voor de verwerking van het productiewater en een beter alternatief vormt dan voortzetting van de huidige waterinjectie in Twente. 

De rapportage zal door het ministerie worden voorgelegd aan TNO en het Staatstoezicht op de Mijnen voor een externe review.

Rapportage downloaden