Situatie 

In 2014 en 2015 werd het natuurgebied Perkpolder aangelegd, als onderdeel van het natuurcompensatieprogramma voor de verruiming van de vaargeul in de Westerschelde. Voor de nieuwe zeedijken werd thermisch gereinigde grond (TGG) als kernmateriaal gebruikt. Uit onderzoeken van Royal HaskoningDHV en Deltares is gebleken dat de TGG stoffen bevat die door uitloging in de bodem, het –ondiepe- grondwater en het oppervlaktewater komen. Onderzocht wordt in welke mate deze stoffen zich verspreiden in de omgeving van Perkpolder.

Rijkswaterstaat heeft ons gevraagd een variantenonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is opgedeeld in drie projectfasen: een analyse van de feitelijke situatie, een schetsontwerp van mogelijke maatregelen en een nadere uitwerking van de meest kansrijke maatregelen met een uiteindelijk advies voor de bij voorkeur te nemen maatregelen. Het onderzoek bevindt zich momenteel in de derde fase.

Conceptueel model  

In de eerste fase hebben we alle bekende gegevens over de zeedijken, de omgeving, de TGG en de meetgegevens verzameld en op deze manier de uitgangssituatie vastgelegd. Dit ‘conceptueel model’ beschrijft de mogelijke verspreidingsroutes van stoffen in de Perkpolder. Ons model beschrijft de feitelijke situatie en de te verwachten effecten in relatie tot bodemwetgeving, maar doet geen uitspraken over eventuele (gezondheids)effecten op de omgeving. Dit wordt beoordeeld door het RIVM. 

De kwelsloot direct achter de zeedijken zorgt voor de ontwatering van het dijklichaam. Er is op basis van de analyses van RHDHV en uitgevoerde metingen door Deltares geen indicatie dat grondwater uit de TGG richting het grondwater van de achterliggende polders stroomt. Dit omdat het grondwater uit de TGG nu wordt afgevangen door kwelinfiltratieputten achter de dijk die uitkomen in de kwelsloot. Er treedt verdunning op zodat de gemeten concentraties in het oppervlaktewater laag zijn. Er zijn geen aanwijzingen voor verdere verspreiding richting bijvoorbeeld het zoete grondwater.

Het aantal meetpunten in de 2e en 3e monitoringsronde 2021 van Deltares is mede op ons advies uitgebreid. Het reeds uitgebrachte conceptueel model wordt hiermee nog geactualiseerd, dit komt in de eerste helft van 2022 beschikbaar. Daarvoor verwerken wij onder andere deze nieuwe metingen in een grondwatermodel. In de eerste helft van 2022 zal aansluitend door het RIVM een uitgebreide risicobeoordeling worden uitgebracht, onder andere gebaseerd op het onderzoek van Royal HaskoningDHV. 

Kansrijke maatregelen

Door middel van het opstellen van schetsontwerpen hebben we mogelijke maatregelen geïnventariseerd die bijdragen aan een oplossing voor de verontreiniging. Gekeken is naar het effect van verschillende maatregelen op de verschillende trajecten van de zeedijken en het kwelsysteem. 

Uiteindelijk zijn vier soorten maatregelen geselecteerd voor nadere uitwerking: (1) de huidige situatie door monitoring beheersen, (2) het watersysteem rond de zeedijken isoleren, (3) de zeedijken aanvullend voorzien van drainage of (4) alle TGG verwijderen en de zeedijken opnieuw aanleggen.

Vervolg 

De inbreng van omwonenden wordt in de uitwerking van de kansrijke maatregelen zoveel mogelijk meegenomen. Hiervoor zijn in januari 2022 workshops georganiseerd. Gecombineerd met de uitkomsten van de monitoring door Deltares en een risicobeoordeling door het RIVM adviseren we Rijkswaterstaat wat het meest passend is voor deze situatie.
De adviezen van meerdere partijen zullen in de eerste helft van 2022 betrokken worden in de bestuurlijke besluitvorming, dit leidt tot een plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt uiterlijk 1 juli 2022 ingediend bij het bevoegd gezag en zal door hen worden getoetst. Het bevoegd gezag bestaat uit Provincie Zeeland en gemeente Hulst.